Logo
terug naar het overzicht
HOME
COLUMNS
PROJECTEN
HISTORIE
CONTACT
> Columns   > Financieel Dagblad / 2008
Grote projecten zoals die windmolens zijn per definitie moeilijk en dat wordt vaak enorm onderschat.

Bundelend vermogen, frisse windmolens

21 april 2008

 

Momenteel brult iedereen op alle gebieden ‘we moeten projecten hebben’. In de politiek, de vastgoedwereld, de ruimtelijke ordening – het moet allmaal het liefst gisteren gemaakt worden. Wat i zie is dat het allemaal ‘snel-snel’ en ‘tak-tak’ moet, maar dat het nogal eens totaal ontbreekt aan visie. In de praktijk hebben we een kort lontje jegens elkaar en vervallen in verwijten over en weer. En zo zie je juist plannen verdampen en is het niet gisteren maar zelfs niet overmorgen voor elkaar.
Grote projecten zijn per definitie moeilijk en dat wordt vaak enorm onderschat. Er zijn veel spelers mee gemoeid. De regelgeving is vaak niet altijd eenvoudig (en dat is een eufemisme), de technologische ontwikkeling schrijdt voort en de financiën moeten sluitend zijn. En vooral ook: de publieke opinie is heftiger dan ooit. Men schiet bij de minste of geringste tegenslag in de stress.
Hoe krijg je nu een moeilijk project van de grond? Dat staat en valt met het erkennen wast voor soort project het is en vervolgens volstrekt helder maken wat de doelen zijn. Je moet een prioriteitenladder bepalen en gaan vastleggen wat je samen wilt bereiken. Boven zo’n project hoort een orgaan te hangen dat stuurt op hoofddoelen zodat het grotere belangtelkens de koers blijft. De publiek-private samenwerking zodanig organiseren dat alle spelers helder blijven in wat ze willen bereiken. Die samenwerking moet gebaseerd zijn op vertrouwen en respect voor elkaar. Dat zijn cruciale grondslagen voor het welslagen van een project.
Wat ik juist om me heen zie is dat er door alle betrokken partijen wordt gewerkt vanuit suboptimale doelen: ieder z’n eigen doel wat hij wel juist helemaal niet nastreeft. Ik noet dat bestuurlijke verruwing: niet transparant zijn en werken met verborgen agenda’s. Niet samen een overkoepelend belang dienen maar op je eigen eilandje blijven zitten.
Je ziet dat ook in de politiek. Het is soms niet alsof we weer terug bij af zijn. Departementen werken niet samen, ieder heeft een eigen agenda. Gemeentes zitten steeds meer onder de plak van de provincie, terwijl die juist de regisseur is om de verschillende belangen al afwegend tot hun recht te laten komen.
Nu dan die windmolens. Dat is een voorbeeld van een groot en zeer comlex project. Ik heb de afgelopen tijd daarvoor mediation gedaan. Ik heb nu met iedereen gesproken, dat wil zeggen het Rijk als regisseur, de provincies die de kar gaan trekken, de betreffende gemeente die de windmolens gaan krijgen, en de ondernemers. We zijn in het stadium dat iedereen onderschrijft dat de urgentie hoog is. Want als we inderdaad 20 prcent van de energie door wind willen opwekken, dan moet dat doel klip en klaar worden gedeeld.
Dat is nu het geval, en dat is al heel wat. Ook hebben we vastgesteld dat dit niet stapje voor stapje gaat gebeuren, maar dat er een spoorboekje kmot om het simultaan, naast elkaar, te laten gebeuren. Niet optimaliseren vanuit deelbelangen, aar gericht op het gemeenschappelijk belang: 20 procent windenergie.
Hiervoor wordt een projectdirecteur aangesteld, en die zal ervoor iedereen zijn. Dat wordt de spil waaromheen alles gaat draaien. Ook zal er een communicatiestrateeg komen. Want er is niet alleen onderling gebrekkige communicatie, ook zal deze communicatiestrateeg moeten zien op te roeien tegen de zeer negatieve publieke opinie. We zetten voor dit grote en complexe project een bundelend vermogen in. We doen dat met respect en met gebruikmaking van ieders capaciteit.
Het gaat gebeuren, volgens deze ingrediënten. Alleen dan kan het lukken. Stevig en duidelijk zijn. Samenwerken en die samenwerking goed regelen en niet knoeien met subbelangen. Deze principes gelden nog steeds voor ieder groot project.
 

ontwerp: idos grafische communicatie